Terugblik symposium ‘Het onzichtbare zichtbaar maken’

Gepubliceerd op 19 september in Nieuws. 

Afgelopen 9 september hebben we met ca. 150 bezoekers een mooie middag beleefd naar aanleiding van 900 jaar afdamming Wijk bij Duurstede. Tijdens het symposium, gehouden in het Calypso Theater in Wijk bij Duurstede, werd het eerste exemplaar van het nieuwe boek ‘De dam bij Wijk en het Kromme Rijngebied in de middeleeuwen’ overhandigd aan dijkgraaf Jeroen Haan.

Diverse auteurs van het boek vertelden over de ontwikkeling van onze regio in de middeleeuwen.

Sociaal geograaf dr. Ad van Bemmel sprak over ‘900 jaar oude ontginning springlevend!’. Hij vertelde over de gelaagde geschiedenis van het landschap. Die geschiedenis kun je net zoals een ui afpellen. De oudste laag bestaat uit elementen als dijken, weteringen en verkavelingen en is zo’n negenhonderd jaar oud. Bijzonder is dat die laag niet alleen nog te zien is maar dat de elementen ervan ook nog daadwerkelijk een functie hebben. Zonder die dijken, weteringen en verkavelingen zou het gebied er nu heel anders uit zien.

Symposium 'Het onzichtbare zichtbaar maken'. Fotograaf Hans Dirksen
Symposium 'Het onzichtbare zichtbaar maken'. Fotograaf Hans Dirksen
Symposium 'Het onzichtbare zichtbaar maken'. Fotograaf Hans Dirksen
Symposium 'Het onzichtbare zichtbaar maken'. Fotograaf Hans Dirksen

Historisch-geograaf prof. dr. Hans Renes ging in op de ontwikkeling van de dorpen in het Kromme Rijngebied. Wie tegenwoordig de weg van Utrecht naar Wijk bij Duurstede rijdt, passeert een reeks grote dorpen: Bunnik, Odijk, Werkhoven, Cothen. Dat beeld zien we ook op kaarten van twee eeuwen geleden. Gaan we verder terug in de tijd, dan verandert het beeld. De dorpen blijken vaak erg oude wortels te hebben, maar zijn tegelijk lange tijd klein gebleven. Hans Renes liet ons zien hoe natuurlijke omstandigheden, wegen, brinken en oude grondbezitsverhoudingen de basis legden voor de dorpsstructuren. Maar ook dat de vestiging van middenstanders, ambachtslieden, arbeiders en enkele renteniers na 1500 invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de dorpen.

Tot slot vertelde archeoloog drs. Jan van Doesburg dat een deel van de geschiedenis van het Kromme Rijngebied besloten ligt in de bodem, ook wel het bodemarchief genoemd. Dit ‘archief‘ laat zich lastig ‘lezen’; lastiger dan bijvoorbeeld oorkonden, historische gebouwen, oude verkavelingsstructuren,  foto’s  en kaarten. Dat komt omdat er vaak aan het oppervlak niets zichtbaar is. Of lijkt te zijn. Jan van Doesburg ging in op de bewoning en het gebruik van de Kromme Rijnstreek in de eerste 1500 jaar van onze jaartelling.

Na de cultuurhistorische bijdragen van de auteurs, werd tijdens een panelgesprek ook toekomstige ontwikkelopgaven besproken. Samen met bezoekers in de zaal werd er gepraat over hedendaagse vraagstukken rondom gebiedsontwikkeling, waterbeheer en de rol van erfgoed daarbinnen.

De middag werd afgesloten door een ludiek optreden van middeleeuwenkenner Rein de Vos (Kooman’s Poppentheater). Al met al kijkt het RAZU zeer tevreden terug op een geslaagd symposium.

Het boek

Aan het boek hebben meegewerkt als auteur: Ad van Bemmel, Kim Cohen, Jan van Doesburg, Taco Hermans, Jan Huiting, Hans Renes en Kaj van Vliet, en als cartograaf: Eddie Poppe.

Inmiddels hebben zijn er al meer dan 250 boeken verkocht! Het boek is te koop via de boekhandel en rechtstreeks te bestellen via de website van Uitgeverij Verloren of stuur hiervoor een e-mail naar bestel@verloren.nl.

Symposium 'Het onzichtbare zichtbaar maken'. Fotograaf Hans Dirksen
Symposium 'Het onzichtbare zichtbaar maken'. Fotograaf Hans Dirksen