De Vrouwen van Keizer Wilhelm II

Gepubliceerd op 4 juni 2024 in Verhalen.

Op 11 april 1921, om 6 uur ’s ochtends, overleed ex-keizerin Auguste Victoria, de vrouw van ex-keizer Wilhelm II, op Huis Doorn. Wilhelm II en Auguste Victoria waren de laatste keizer en keizerin van het Duitse Rijk. Na het verlies in de Eerste Wereldoorlog was Wilhelm II alle steun als keizer kwijtgeraakt en was hij bang om door de Geallieerden gevangen genomen te worden. Daarom vluchtte hij op 10 november 1918 naar Nederland, dat neutraal was gebleven tijdens de oorlog. Auguste Victoria kwam kort daarna, op 28 november, ook naar Nederland.  

De ex-keizer was, naar verluidt, “diep onder de indruk”[1] van het overlijden van zijn vrouw, maar hij kon vanwege zijn ballingschap haar begrafenis zelf niet bijwonen. Auguste Victoria’s lichaam werd slechts vier dagen na haar overlijden, op 15 april, met de trein naar het Duitse Rijk overgebracht, zodat zij volgens traditie in de Antikentempel in Potsdam ter aarde gesteld kon worden. De keizer, in ballingschap op Huis Doorn, mocht slechts tot het treinstation in Maarn met haar meereizen. In Potsdam werd Auguste Victoria’s lichaam van het keizerlijke station naar de Antikentempel gebracht. Deze stoet, met militairen van het voormalig keizerlijke leger en geestelijken, trok een publiek van ongeveer 250.000 mensen. De begrafenis van Auguste Victoria kostte 22.020,16 Gulden, vandaag de dag zo’n € 152.398,75.[2]  

Kasteel Doorn in rouw na het overlijden van keizerin Augusta. Overduk van een krantenpagina met 7 foto's. Toegang 241, inv. nr. 19, catalogusnr. 027361.
Kasteel Doorn in rouw na het overlijden van keizerin Augusta. Overduk van een krantenpagina met 7 foto's. Toegang 241, inv. nr. 19, catalogusnr. 027361.

Het ballingschap van de keizer en keizerin zorgde ook voor moeilijkheden bij het nalatenschap van Auguste Victoria. Het grootste deel van haar bezittingen en vermogen was namelijk in beslag genomen door de Pruisische regering op 30 november 1918, kort na de vlucht van de keizer en keizerin naar Nederland. Deze inbeslagneming was in 1921 nog steeds van kracht, waardoor een deel van Auguste Victoria’s bezittingen dus niet verdeeld kon worden over haar erven. Ook de bruidsschat van Auguste Victoria, waarop Wilhelm II recht tot vruchtgebruik had, was in beslag genomen door de Pruisische regering. Wat echter niet in beslag was genomen, waren haar bezittingen die ze naar Huis Doorn had meegenomen. Dit betrof voornamelijk sieraden, pelzen, kant, en kleding, bij elkaar zo’n 110.856 Gulden waard.[3] Omgerekend zou dit in 2021 zo’n €767.220,41 zijn. 

Auguste Victoria’s erfenis moest volgens haar testament worden verdeeld over haar zes zoons met Wilhelm II: Friedrich Wilhelm, Eitel Friedrich, Adalbert, August Wilhelm, Oskar en Joachim. Prins Joachim was echter een jaar eerder dan zijn moeder overleden, waardoor zijn deel van de erfenis naar zijn zoon Karl Franz Joseph ging. Auguste Victoria’s dochter, Victoria Louise, had ermee ingestemd geen erfgenaam te zijn. Haar waren bij en na haar huwelijk al sieraden, kant en pelzen geschonken. Ondanks de inbeslagneming van het merendeel van haar bezittingen, werden er nog veel bijzondere stukken onder Auguste Victoria’s erven verdeeld: bijvoorbeeld een amethisten ketting, een Noorse armband met een slang, Amerikaanse sabel- en zeehondenpelzen, en een diamantenhanger. [4]   

Eén van Auguste Victoria’s laatste uitspraken was, naar verluidt: “Ik mag niet sterven, ik kan de keizer toch niet alleen laten”.[5] Alleen was de keizer dan ook niet lang. Op 5 november 1922, slechts anderhalf jaar na het overlijden van Auguste Victoria, trouwde Wilhelm II voor de tweede keer. Zijn nieuwe vrouw, de 28 jaar jongere Hermine Reuß,  werd vaak keizerin genoemd, bijvoorbeeld in de zakelijke communicatie tussen Wilhelm II en Hermine en hun notaris.[6] Eigenlijk had zij op deze titel geen aanspraak.   

Op Huis Doorn organiseerde Hermine jaarlijks liefdadigheidsevenementen, in de vorm van bazaars. Hiervoor stuurde Hermine uitnodigingen met haar handtekening rond, die ook als toegangsbewijs golden.[7] De opbrengst van de bazaars ging naar het Herminen-Hilfswerk, een noodfonds voor arme Duitse gezinnen dat Hermine had opgericht, en naar Doorner Winterhilfe, voor de armen in Doorn.[8]  

Uitnodiging van Hermine Reuss voor liefdadigheidsevenement. Toegang 022, inv.nr. 749.
Uitnodiging van Hermine Reuss voor liefdadigheidsevenement. Toegang 022, inv.nr. 749.

Op 4 juni 1941 overleed Wilhelm II. In een brief, geschreven aan een onbekende ontvanger op 5 juni 1941, bedankt Hermine de ontvanger voor hun mooie woorden over de keizer. Ze schrijft dat Huis Doorn en haar bewoners zijn laatste jaren bijzonder hebben doen voelen. Hij heeft hier zijn laatste rustplek gevonden, schrijft ze, en wanneer zij zelf komt te overlijden wil zij bij hem begraven worden.[9] Dat is echter niet gebeurd: ze is na haar overlijden in 1947 net als Auguste Victoria begraven in de Antikentempel in Potsdam.  

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam Huis Doorn in handen van de Nederlandse staat, en in 1956 opende Huis Doorn als museum.

  1. RAZU, Wijks(ch)e Courant, 1921; p. 77.
  2. Voor kosten begrafenis, zie:  
    RAZU, Notariskantoor Amerongen 1829-2006 (toeg. 399), Inv.nr. 397: stukken over de nalatenschap van prinses Auguste Viktoria van Sleeswijk-Holstein (overleden 11-4-1921 te Doorn), in leven gehuwd met keizer Wilhelm II van het Duitse Rijk.  
    Voor omrekening bedrag, zie:  
    Waarde van de gulden versus de Euro”, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, https://iisg.amsterdam/nl/onderzoek/projecten/hpw/calculate.php. 
  3. RAZU, toeg. 399, Inv.nr. 397.  
  4. RAZU, toeg. 399, Inv.nr. 397.
  5. RAZU, Collectie Losse Aanwinsten 1378-2022 (toeg. 022), Inv.nr. 749: Uitnodigingen en dergelijke voor bijeenkomsten van of ter gelegenheid van keizer Wilhelm II te Doorn, 1920-1941 “Die HohenzollernEinst und Jetzt”, p.30.  
    Origineel citaat: “Ich darf nicht sterbenich kann doch den Kaiser nicht allein lassen.” Vertaald door Jip Lettink.  
  6. RAZU, Notariskantoor Amerongen 1829-2006 (toeg. 399), Inv.Nr. 533: Correspondentie hoofdzakelijk van zakelijke aard inzake keizer Wilhelm II van het Duitse Rijk en zijn tweede echtgenote prinses Hermine Reuss op Huis Doorn. 
  7. RAZU, toeg. 022, Inv.nr. 749. 
  8. RAZU, De Kaap, 1933-11-25; p. 1.
  9. RAZU, toeg. 022, Inv.nr. 749.